HUISHOUDELIJK REGLEMENT – VISHON

DEEL 1: LIDMAATSCHAP

Artikel 1 AANVAARDING ALS LID

1. Degene die als lid van de vereniging wil worden toegelaten, verzoekt dit schriftelijk aan het bestuur.

2. In elke vergadering van het bestuur deelt de secretaris van het bestuur mee wie sinds de vorige vergadering een verzoek tot lidmaatschap heeft ingediend.
Indien er geen beargumenteerde bezwaren bij één van de aanwezige leden van het bestuur zijn, wordt de betrokkene toegelaten als aspirant-lid. Betrokkene wordt gewoon-lid nadat diens eerste contributiebetaling is ontvangen.

3. In geval dat één van de aanwezige leden van het bestuur beargumenteerde bezwaren heeft tegen de toelating van een in het lidmaatschap geïnteresseerde, wordt de beslissing hierover met ten hoogste vier weken uitgesteld.

4. Voordat het bestuur tot een definitief besluit komt, krijgt betrokkene de gelegenheid door ten minste het dagelijks bestuur te worden gehoord.

5. In het geval van afwijzing van het verzoek om als lid te worden toegelaten, wordt dit de betrokkene schriftelijk meegedeeld.

6. In het geval dat iemand niet wordt toegelaten als lid, heeft het bestuur eerst na een periode van één jaar na de afwijzing de verplichting weer over een nieuw verzoek tot toelating door de betrokken persoon te beslissen.

7. Leden, die buiten Curaçao woonachtig zijn, worden niet in een stemdistrict ondergebracht. Het contact met deze leden wordt onderhouden door het bestuur. In de algemene vergadering hebben deze leden geen stem.

8. Zij die zich op bijzondere wijze verdienstelijk hebben gemaakt voor de partij kunnen door de Algemene Ledenvergadering, op voordracht van het bestuur, benoemd worden tot erelid. Zij hebben dezelfde lidmaatschapsrechten als die van een gewoon lid, maar worden ontheven van de contributieverplichting, die geldig is voor de gewone leden.

9. De leden zijn gehouden zich te onderwerpen aan de bepalingen van de statuten, het huishoudelijk reglement, overige reglementen en aan andere wettige besluiten van de Algemene Ledenvergadering, de Partijraad en het bestuur.

10. Behoudens een door het partijbestuur te maken uitzondering, kan geen lid van de partij zijn degene die:
A) zitting heeft in een vertegenwoordigend lichaam voor een andere politieke groepering, dan wel op een andere manier actief deelneemt aan een andere politieke groepering;
B) geplaatst wordt op de kandidatenlijst van een andere politieke groepering, tenzij de terzake bevoegde geleding van de partij besloten heeft hierin of hiermee een samenwerkingsverband aan te gaan of deel te nemen aan een gezamenlijke kandidatenlijst, dan wel niet deelneemt aan de betreffende verkiezingen.

Artikel 2 VORMEN VAN LIDMAATSCHAP

De verschillende vormen van lidmaatschap, die de vereniging kent, worden hieronder nader omschreven.

A) Gewoon lid is hij die als lid van de vereniging is toegelaten en:
– ingezetene is van Curaçao;
– achttien jaar en ouder is;
– aan zijn contributie betalingsverplichting voldoet.
B) Aspirant lid is hij die:
– nog niet aan zijn eerste contributiebetaling heeft voldaan; en of
– zijn lidmaatschapsrechten heeft verloren wegens contributieschuld aan de vereniging; en of
– de minimale leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.
C) Buitengewoon lid is hij die als lid van de vereniging is toegelaten en in het buitenland woont.
D) Erelid is hij die als zodanig door de Algemene Ledenvergadering is benoemd.
E) Donateur is degene die financieel bijdraagt ter ondersteuning van de vereniging en hier nadrukkelijk niet de wens aan verbindt lid te zijn van de vereniging.
F) Sympathisant is degene die op een speciale wijze bijdraagt ter ondersteuning van de vereniging en aan als zodanig door het bestuur is toegelaten.

Artikel 3 LIDMAATSCHAPSRECHTEN EN PLICHTEN

1. Met inachtneming van het in de statuten en het huishoudelijk reglement
bepaalde, heeft ieder lid het recht:
A) alle Algemene Ledenvergaderingen bij te wonen, aan de discussie deel te nemen en te stemmen in die vergaderingen waarvan hij als zodanig deel uitmaakt;
B) kandidaat te staan voor bestuursfuncties;
C) kandidaat te staan voor verkiezing in bijzondere organen, commissies en raden van de partij;
D) kandidaat te staan namens de partij voor een vertegenwoordigend lichaam;
E) kandidaat te staan binnen de partij voor een benoeming in de functie van minister, wanneer dit aan de orde is en voorzover hij voldoet aan de vigerende regelgeving.

2. De rechten aan het lidmaatschap verbonden, kunnen worden uitgeoefend zodra aan de maandelijkse contributie verplichting is voldaan;

3. Aspirant- en Buitengewone leden hebben niet de in het eerste lid onder b, c en d genoemde rechten en hebben geen stemrecht in de Algemene Ledenvergaderingen van de partij;

4. De rechten verbonden aan het lidmaatschap zijn niet overdraagbaar.

5. Een lid dat geschorst is, kan geen gebruik maken van zijn lidmaatschapsrechten.

ARTIKEL 4 DE BEËINDIGING VAN HET LIDMAATSCHAP

Het lidmaatschap van de partij eindigt:

A) door opzegging of overlijden;
B) door royement;
C) door beëindiging op het moment dat een lid een contributieachterstand heeft laten ontstaan van meer dan zes maanden en na schriftelijke aanmaning van het bestuur binnen een termijn van twee weken geen betaling is verricht.
Een beëindiging sub c kan ongedaan worden gemaakt door hernieuwde aanmelding als lid, onder het aanbod de achterstallige betalingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Ingeval van een aanbod tot gedeeltelijke betaling beslist het partijbestuur over de redelijkheid van het aanbod.

Artikel 5 CONTRIBUTIEREGELING

1. De Algemene Ledenvergadering stelt in zijn tweejaarlijkse vergadering de minimaal door de leden maandelijks te betalen contributie vast.

2. Het bestuur zorgt ervoor dat de leden op de hoogte worden gebracht van de contributieregeling, die door de Algemene Ledenvergadering is vastgesteld.

3. De betaling van de contributie kan in één of meerdere maandelijkse termijnen plaatsvinden op voorwaarde dat door het lid een ondertekende verklaring wordt afgegeven dat de contributie zal worden voldaan door een machtiging tot periodieke overboeking van een bankrekening, dan wel door een contante betaling.

4. Indien een lid door bijzondere omstandigheden niet in staat is aan de in lid 1 genoemde verplichtingen te voldoen bestaat de mogelijkheid gehele of gedeeltelijke ontheffing aan te vragen. Betrokkene kan hiertoe een verzoek indienen bij de penningmeester.

5. Bij een contributieschuld van zes maanden of meer verliest een lid zijn lidmaatschapsrechten zoals omschreven in artikel 3 lid 1 van dit reglement.

6. De inning van contributie vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de penningmeester.

7. Leden van de vereniging, die zitting hebben in de Staten van het land Curaçao, of die politiek ambtsdrager zijn, betalen bij de door hen verschuldigde contributie aan de vereniging, een toeslag, waarvan de hoogte door het bestuur van de vereniging wordt bepaald.

8. Leden van de vereniging, welke door deze zijn voorgedragen en benoemd zijn tot commissaris of bestuurslid van een overheids- N.V. of Stichting, betalen bij de door hen verschuldigde contributie aan de vereniging een toeslag van minimaal tien procent van de hun uit hoofde van die functie toekomende geldelijke vergoeding.

Artikel 6. SCHORSING- EN ROYEMENT PROCEDURE

1. Indien het bestuur overweegt een lid te royeren, stelt het deze persoon onmiddellijk op de hoogte daarvan, deelt hem mee wat heeft geleid tot deze beslissing en informeert hem van de mogelijkheid om in beroep te gaan bij de Beroepscommissie.

2. Gelijktijdig met de beslissing een royement te overwegen, stelt het bestuur een onderzoekscommissie in, bestaande uit ten minste drie leden van het bestuur en een lid van het stemdistrict, waartoe het lid behoort.

3. De onderzoekscommissie heeft als taak en is verplicht het betrokken lid gelegenheid te geven te worden gehoord en zich te verantwoorden.

4. Niet later dan twee weken na haar instelling rapporteert de onderzoekscommissie schriftelijk over haar bevindingen aan het bestuur.

5. Het bestuur beslist binnen één week, nadat de onderzoekscommissie heeft gerapporteerd. Het bestuur kan voorwaarden verbinden aan zijn beslissing.

6. Het bestuur stelt het betrokken lid door middel van een aangetekende brief op de hoogte van zijn beslissing. In het geval dat tot royement wordt besloten, wordt tevens meegedeeld dat de mogelijkheid bestaat op beroep bij de Beroepscommissie. De termijn waarbinnen het beroep bij de Beroepscommissie schriftelijk moet zijn ingediend, bedraagt niet meer dan één maand na de dagtekening van de schriftelijke mededeling door het bestuur.

7. Het beroep moet worden behandeld en over besloten worden binnen twee weken, na de dag van datum waarop de brief, bevattende het beroep, is ingediend.

8. De Beroepscommissie heeft tot taak en is verplicht het betrokken lid in de gelegenheid te stellen te worden gehoord en zich te verantwoorden.

9. De beslissing van de Beroepscommissie is bindend. De Beroepscommissie kan voorwaarden aan de beslissing verbinden. De beslissing wordt middels een aangetekende brief aan de desbetreffende persoon bekend gemaakt, met kopie conform aan het Bestuur.

10. Zolang er geen uitspraak van de Beroepscommissie over het royement is gedaan, kan de persoon geen gebruik maken van zijn lidmaatschapsrechten.

11. Een geroyeerd persoon kan niet binnen een periode van één jaar na de dag van datum van de brief, waarop het royement onherroepelijk is geworden of waarin het royement door de Beroepscommissie is herbevestigd, als nieuw lid worden toegelaten.

Artikel 7. ROYEMENT PROCEDURE IN SPOEDGEVALLEN

1. Een lid kan worden geroyeerd in het geval dat:
A) een lid zich aansluit bij een andere politieke partij of als zodanig handelt;
B) een lid die niet op het verzoek van het bestuur zijn zetel in de Staten ter beschikking stelt;
C) een lid, dat op de kandidatenlijst staat en die een zetel, die vrij is gekomen, kan gaan bezetten en op verzoek van het bestuur zijn plaats op de lijst niet ter beschikking stelt aan de partij, kan het bestuur, zonder de in Artikel 5 voorgeschreven procedure te volgen, deze persoon met een beroep op het partijbelang binnen vierentwintig uren royeren,.

2. Op de eerstvolgende vergadering van de Partijraad doet het bestuur mededeling van deze beslissing.

Artikel 8. ONVERENIGBAARHEID VAN FUNCTIES

1. Het lidmaatschap van de partij is onverenigbaar met kandidaatstelling voor enige andere politieke partij voor een vertegenwoordigend orgaan op Curaçao.

2. Het kandidaat zijn voor en het vertegenwoordigen van de partij in enig vertegenwoordigend orgaan is onverenigbaar met het lidmaatschap van enige andere politieke partij, gevestigd op Curaçao.

3. Overige zaken die onverenigbaar zijn met bestuursfuncties binnen de partij worden in andere artikelen van dit reglement geregeld.

DEEL 2: COMMISSIES

Artikel 9. DE BEROEPSCOMMISSIE

1. Samenstelling:
A) De Beroepscommissie bestaat uit drie leden en kent drie plaatsvervangende leden. Zij worden gekozen door de Algemene Ledenvergadering. Elke regio kan twee weken voor de Algemene Ledenvergadering de naam van een kandidaat opgeven bij het bestuur.
B) Plaatsvervangende leden zijn de drie kandidaten, die na de drie leden van de Beroepscommissie de meeste stemmen hebben behaald.
C) Bij tijdelijke vacature, bij afwezigheid van een lid of bij betrokkenheid van een lid van de Beroepscommissie bij een royement procedure, wordt zijn plaats ingenomen door het plaatsvervangend lid, dat de meeste stemmen bij de Algemene Ledenvergadering heeft behaald.
D) De zittingsduur van de Beroepscommissie loopt tot aan het eerstvolgende statutaire Algemene Ledenvergadering.

2. Werkwijze:
A) De Beroepscommissie wijst uit haar midden een voorzitter aan.
B) De Beroepscommissie regelt zelf haar werkzaamheden. Indien een bindende uitspraak wordt gedaan, zoals bedoeld in artikel 8 van de statuten, geeft de commissie aan op welke gronden deze tot stand is gekomen.
C) Alvorens een bindende uitspraak te doen, stelt de beroepscommissie de desbetreffende persoon, alsmede het desbetreffende partijorgaan of fractie in de gelegenheid gehoord te worden.

3. Bevoegdheden:
De Beroepscommissie doet bindende uitspraken over zaken die haar voorgelegd worden.

Artikel 10. DE FINANCIËLE COMMISSIE

1. Samenstelling:
De drie leden van de Financiële commissie worden gekozen door de Algemene Ledenvergadering.

2. Taakstelling:
A) Het uitoefenen van toezicht op het financieel beheer van het bestuur.
B) Het gevraagd of ongevraagd adviseren van de penningmeester inzake financiële aangelegenheden.
C) Het uitbrengen van advies aan de Algemene Ledenvergadering inzake de goedkeuring van de jaarrekeningen en overige financiële aangelegenheden.

3. Werkwijze:
A) De commissie wijst uit haar midden een voorzitter aan.
B) De commissie regelt zelf haar werkzaamheden. Bij het uitbrengen van het advies geeft de commissie aan op welke gronden het advies tot stand is gekomen.

4. Bevoegdheden:
A) Het bestuur stelt de commissie gevraagd en ongevraagd in de gelegenheid kennis te nemen van alle relevante financiële gegevens van de vereniging.
B) De commissie wordt geraadpleegd met betrekking tot gehele of gedeeltelijke wijziging van de financiële organisatie van de vereniging.

Artikel 11. DE COMMISSIE EER EN DISCIPLINE

1. Samenstelling:
De drie leden van de commissie worden door de Algemene Ledenvergadering gekozen.

2. Taakstelling:
Tot de taken van deze commissie horen:
A) het toezien op de handhaving van de goede naam en op de naleving van de regels van de vereniging door de leden van de vereniging;
B) het onderkennen van en het eren van degenen die zich op bijzondere wijze voor de vereniging hebben ingezet.

3. Werkwijze:
A) De commissie wijst uit haar midden een voorzitter aan.
B) De commissie regelt zelf haar werkzaamheden. Bij het uitbrengen van haar advies geeft de commissie aan op welke gronden het advies tot stand is gekomen.

DEEL 3: DE STEMDISTRICTEN EN DE REGIO’S

Artikel 12. DE STEMDISTRICTEN

1. Er zijn 107 stemdistricten, genummerd 1 tot en met 107.

2. Voor een omschrijving van de stemdistrict nummers wordt verwezen naar het desbetreffende Landsbesluit.

3. Elke keer als het Landsbesluit verandert en vooruitlopend op een formele wijziging van het eerste lid, neemt het bestuur deze wijzigingen op in de verenigingsorganisatie.

4. De stemdistricten zijn gegroepeerd in het door de Algemene Ledenvergadering vastgestelde aantal regio’s.
Een regio bestaat uit een aantal aan elkaar grenzende stemdistricten, waar de kiezers uit één of meerdere wijken gaan stemmen.

Artikel 13. TAAK VAN DE STEM DISTRICTLEIDER

1. Door het bestuur wordt na overleg met de leden, woonachtig in een stemdistrict, een stem districtleider benoemd voor een periode van vier jaar. De stem districtleider vertegenwoordigt de partijleden die in het stemdistrict wonen.

2. Het bestuur deelt de stemdistricten in, in een door de Algemene Ledenvergadering vastgestelde aantal regio’s. Het benoemt na overleg met de stem districtleiders voor een periode van vier jaar een regiocoördinator in desbetreffende regio.
De regiocoördinator is als vertegenwoordiger van de desbetreffende regio lid van de Partijraad.

3. De stem districtleider heeft onder meer tot taak:
A) het geven van leiding aan het stemdistrict;
B) het onderhouden van contact met de leden van het stemdistrict en met de regiocoördinator;
C) het samen met de leden aangaan en onderhouden van contact met bewoners van het stemdistrict;
D) het uitvoeren van alle taken die voor hem uit de statuten of dit reglement voortvloeien of die aan hem door het bestuur worden toebedeeld;

Artikel 14. DE REGIO’S

1. De regio’s hebben tot taak:
A) Het verlenen van steun aan de verwezenlijking van het doel van de vereniging.
B) Het bevorderen van de deelname van de leden aan de werkzaamheden van de vereniging;

2. Deze taak houdt onder andere de volgende werkzaamheden in:
A) het werven van nieuwe leden voor de vereniging;
B) het bevorderen van de ontwikkeling van de leden door het aanbieden van vormingsactiviteiten;
C) het onderhouden van contact met de door de vereniging voorgedragen bewindsman/vrouw en de leden van de fracties in de Staten;
D) het doen van een voordracht voor kandidaten voor organen van de vereniging die door de Algemene Ledenvergadering gekozen worden;
E) het organiseren van activiteiten die het bereiken van het doel van de vereniging bevorderen.

Artikel 15. TAAK VAN DE REGIO-COORDINATOR

De regiocoördinator heeft onder meer tot taak:
A) het coördineren en superviseren van de werkzaamheden van de stemdistrict leiders van de desbetreffende regio;
B) het op een regelmatige basis beleggen van vergaderingen van stem districtleiders in zijn regio en het voorzitten van die vergaderingen;
C) het fungeren als tussenpersoon tussen het bestuur en de stem districtleiders, onder andere ter bevordering van de informatie uitwisseling tussen beide;
D) het jaarlijks schriftelijk verslag van de werkzaamheden van de stemdistrict leiders van de desbetreffende regio uitbrengen aan het bestuur;
E) het bijwonen van vergaderingen en andere bijeenkomsten die door de stemdistrict leiders van de desbetreffende regio worden georganiseerd;
F) het bijstaan van de campagneleider in zijn werkzaamheden gedurende de verkiezingstijd;
G) het uitvoeren van alle taken die voor hem uit de statuten of dit reglement voortvloeien of die aan hem door het bestuur worden toebedeeld.

Artikel 16. TOEVOEGEN VAN POLITICI AAN DE REGIO’S

Aan de regio’s worden door het bestuur politici in functie toegevoegd. De taken van een toegevoegde politicus houden onder meer in:
A) de regio zoveel mogelijk in te lichten over actuele politieke ontwikkelingen;
B) samen met de regiocoördinator het leggen en onderhouden van contact met de leden en bewoners;
C) waar mogelijk, het helpen oplossen van algemene problemen van de regio;
D) het ondersteunen van de regio bij de organisatie van de verkiezingscampagne en de verkiezingen.

Artikel 17. PROCEDURE KANDIDAATSTELLING VOOR HET BESTUUR DOOR REGIO’S

Niet later dan twee weken voor de Algemene Ledenvergadering mogen de regio’s schriftelijk via de regiocoördinator bij het bestuur namen inleveren van kandidaten voor de verkiezing van plaatsen in het bestuur.
Er kunnen evenveel kandidaten gesteld worden als er verkiesbare plaatsen zijn. Voor de plaatsen, die in functie gekozen worden, moet de kandidaatstelling in functie geschieden. Een lid kan slechts kandidaat zijn voor één van de plaatsen die in functie moeten worden gekozen.

 

Artikel 18. PROCEDURE VERKIEZING VAN DE POLITIEK LEIDER

Wanneer de situatie zich voordoet dat er voor de vereniging een nieuwe Politiek leider gekozen moet worden, machtigt de Partijraad het bestuur een commissie bestaande uit vijf gewone leden van de vereniging in te stellen, waarvan maximaal 2 van deze leden, lid kunnen zijn van het Bestuur.
Deze commissie krijgt als opdracht binnen een van tevoren vastgestelde periode een voorstel aan de Algemene Ledenvergadering voor te leggen, omvattende de namen van maximaal drie kandidaten, door hen geselecteerd, volgens de door de Algemene Ledenvergadering vastgestelde procedure voor het kiezen van een Politiek leider.

Artikel 19. TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN HET BESTUUR

1. Het bestuur is belast met:
het besturen en de algemene leiding van de vereniging; het beheer van de geldmiddelen en de bezittingen; de voorbereiding en uitvoering van besluiten genomen door de Algemene Ledenvergadering en de Partijraad; de bewaking van de Statuten en de reglementen en de bevordering van de werving van nieuwe leden voor de vereniging. Tot de taken van het bestuur behoren ook het houden van een ledenregister, register van de leden van de partijraad en een register van de stem districtleiders en deze constant bij te werken
2. A) Behoudens delegatie aan de vice-voorzitter leidt de voorzitter de vergaderingen van het bestuur en de Partijraad. Hij draagt zorg voor de coördinatie van de werkzaamheden van de leden van het bestuur.
B) De secretaris draagt zorg voor de partijorganisatie en het onderhouden van contacten met andere politieke organisaties op Curaçao en in het buitenland. Hij onderhoudt de contacten met de regiocoördinatoren en de stem districtleiders. Hij heeft de leiding over het verenigingssecretariaat.
C) De penningmeester is belast met het dagelijks beleid van de geldmiddelen en de bezittingen, alsmede met het toezicht op de uitgaven.

3. Het bestuur verdeelt de overige taken over zijn leden. Het bestuur bepaalt voorts welke bestuursleden worden belast met het contact met de werkgroepen, de commissies, en de neveninstellingen die actief zijn binnen en buiten de vereniging, alsmede met het onderhouden van de internationale betrekkingen.

4. Een lid van het bestuur kan niet tevens regiocoördinator, stem districtleider, lid van de Beroepscommissie, lid van de Financiële commissie of lid van de Commissie Eer en Discipline zijn.

5. Ten hoogste drie leden van het bestuur (inclusief de Politiek leider) kunnen een publieke functie als lid van de Staten of Minister bekleden.
In het geval dat meer dan drie leden van het bestuur een publieke functie bekleden, beslist de Partijraad op voorstel van het bestuur welk lid/leden zijn/hun lidmaatschap van het bestuur moet/moeten inleveren.
Indien de Partijraad geen beslissing neemt binnen drie maanden, dan levert degene(n) die respectievelijk het laatst in bovenbedoelde situatie terecht kwam/kwamen, zijn/hun plaats in het bestuur in. Een lid van het bestuur heeft toegang tot elke vergadering van een regio en/of een stemdistrict.

6. Besluiten van het bestuur worden genomen met een eenvoudige meerderheid van stemmen.

7. Het bestuur is bevoegd tot het instellen van commissies of projectgroepen met een tijdelijke taakstelling van niet langer dan drie maanden, mede ter ondersteuning van de beleidsvoorbereiding en politieke zaken.

8. Indien één of meer leden van het bestuur tijdelijk niet in staat zijn hun functie te vervullen of indien tussentijds een plaats openvalt in het bestuur, blijven de overige leden bevoegd en kunnen zij uit hun midden een of meer leden aanwijzen om de functie te vervullen totdat het betrokken lid zijn functie weer kan vervullen, dan wel totdat er in een buitengewoon Algemene Ledenvergadering in de opengevallen plaats is voorzien.

9. Een lid van het bestuur, dat is gekozen ter vervulling van een tussentijdse opengevallen plaats, blijft in functie tot het volgende tweejaarlijks Algemene Ledenvergadering van de vereniging of maakt de zittingstermijn van de afgetreden bestuurslid af.

Artikel 20. HET DAGELIJKS BESTUUR

Het Dagelijks bestuur heeft als taak:
– de voorbereiding van aangelegenheden, die door het bestuur moeten worden, behandeld alsmede het coördineren van de uitvoering van beslissingen, genomen door het bestuur;
– de behandeling van organisatorische aangelegenheden volgens beslissingen, genomen door het bestuur en gedelegeerd aan het Dagelijks bestuur.

Artikel 21. TAAK VAN DE PARTIJRAAD

De Partijraad heeft tot taak:
1. het vaststellen van meer gedetailleerde partij beleidslijnen binnen het kader van de door de Algemene Ledenvergadering genomen besluiten;

2. het beoordelen van het beleid van de voorafgaande periode;

3. het vaststellen van een partijstandpunt over aangelegenheden, die niet kunnen wachten tot de volgende Algemene Ledenvergadering;

4. het op voordracht van het bestuur, ratificeren van commissies, die niet door de Algemene Ledenvergadering benoemd worden, alsmede het vaststellen van hun taakstelling.

5. het voldoen aan andere taken, waarmee de Statuten, de reglementen en de Algemene Ledenvergadering, de Partijraad belasten.

6. het vaststellen van het verkiezingsprogramma en de kandidatenlijst voor de verkiezingen van de Staten.

Artikel 22. BIJEENROEPING VAN DE PARTIJRAAD

1. De Partijraad komt tenminste eenmaal per maand bijeen.

2. Een uitnodiging voor de vergadering, toegestuurd via e-mail die tevens een agenda bevat, moet ten minste drie dagen voor het tijdstip waarop de Partijraad zal vergaderen in het bezit zijn van de partijraadsleden.

3. In buitengewone gevallen kan het bestuur de leden van de Partijraad telefonisch (ook via Whatsapp) uitnodigen voor een vergadering; dit moet tenminste vier uren voor de aanvang van de vergadering gebeuren.

Artikel 23. VOORSTELLEN, AMENDEMENTEN EN RESOLUTIES

1. Voorstellen voor behandeling in de Partijraad kunnen schriftelijk door het bestuur of door tenminste vijf partijraadsleden worden ingediend. Ze moeten tenminste drie dagen voor het tijdstip waarop de Partijraad zal vergaderen in het bezit zijn van de partijraadsleden behoudens, in gevallen van buitengewone vergaderingen als bedoeld in artikel 21 laatste lid.

2. Amendementen en resoluties, die verband houden met de voorstellen en ook die betreffende de eventueel te behandelen agendapunten in de vergadering, worden schriftelijk niet later dan voor de aanvang van de vergadering ingediend door tenminste vijf partijraadsleden.

3. In bijzondere gevallen, te bepalen door de Partijraad, is het mogelijk amendementen en resoluties op schrift gedurende de vergadering ter behandeling in te dienen.

4. Alvorens tot de behandeling van de amendementen en resoluties over te gaan, moeten deze door tenminste tien aanwezige partijraadsleden worden ondersteund.

Artikel 24. VERTROUWELIJKHEID DER PARTIJRAAD

1. De vergaderingen van de Partijraad zijn vertrouwelijk.

2. Het bestuur kan leden van de vereniging en andere personen, die naar zijn oordeel daarvoor in aanmerking komen, uitnodigen deel te nemen aan de vergadering of een deel daarvan, waarin zij een adviserende stem hebben.

Artikel 25. ALGEMENE LEDENVERGADERING

De Algemene Ledenvergadering heeft als taak, in aanvulling op wat statutair is bepaald ten aanzien van de politieke lijnen:
A) het vaststellen van het beginselprogramma van de vereniging;
B) het beoordelen van het beleid van het bestuur aan de hand van onder meer schriftelijke verslagen van zijn activiteiten door dit orgaan;
C) het kiezen van het bestuur, de Beroepscommissie, de Financiële commissie en de Commissie Eer en Discipline;
D) het vaststellen en wijzigen van de Statuten en het Huishoudelijk Reglement van de vereniging;
E) het verlenen van goedkeuring aan het gevoerde financieel beleid en het geven van decharge aan de penningmeester voor door hem gevoerde financiële beleid en aan het bestuur voor het algemeen gevoerde beleid.

Artikel 26. OPROEPING VAN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING

1. Het tweejaarlijks Algemene Ledenvergadering vindt plaats op een tijdstip, dat tenminste twee maanden voor de betreffende datum wordt aangekondigd door het bestuur.

2. Het bestuur kan om zwaarwegende redenen en op basis van een gemotiveerd besluit de Algemene Ledenvergadering in speciale zitting bijeen roepen om over één of meer geagendeerde onderwerpen te beraadslagen en te beslissen. De speciale zitting volgt de gebruikelijke vergaderwijze van een Algemene Ledenvergadering, met uitzondering van de in lid a van dit artikel gegeven termijn. De agenda van de speciale zitting moet uiterlijk één week voor de aanvang ervan in het bezit zijn van de leden. De leden, bijeen in deze speciale zitting, kunnen rechtsgeldige besluiten nemen.

3. Voorts wordt in de Algemene Ledenvergadering ter behandeling van één of meer aangegeven onderwerpen binnen vier weken door het bestuur bijeengeroepen op een schriftelijk verzoek:
A) Van één-vijfde van het aantal gewone leden van de vereniging;
B) Van de helft plus één van de voltallige partijraad;
C) Van de helft plus één van de benoemde stem districtleiders.
Indien het bestuur hierin in gebreke blijft, kunnen bedoelde leden zelf tot die bijeenroeping overgaan. Zij wijzen uit hun midden een gewoon lid aan dat de Algemene Ledenvergadering voorzit.

Artikel 27. VOORBEREIDING VAN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING

1. Voorstellen voor behandeling in de Algemene Ledenvergadering kunnen ingediend worden door het bestuur en de regiocoördinatoren.

2. De voorstellen van het bestuur worden tenminste vier weken voor de Algemene Ledenvergadering ter kennis gebracht aan de regiocoördinatoren die deze voorstellen in vergaderingen met de gewone leden in hun regio behandelen.

3. A) De regiocoördinatoren kunnen tot tenminste twee weken voor de Algemene Ledenvergadering bij het bestuur hun amendementen op de voorstellen van het bestuur inleveren. Deze voorstellen moeten ondertekend zijn door tenminste tien stemhebbende leden uit de desbetreffende regio.
B) Uiterlijk twee weken voor de Algemene Ledenvergadering kunnen regio’s namen van kandidaten voor het bestuur, de Beroepscommissie, de Financiële commissie en de Commissie Eer en Discipline bij het bestuur inleveren. Er kunnen evenveel kandidaten gesteld worden als er verkiesbare plaatsen zijn. Voor de plaatsen, die in functie gekozen worden, moet de kandidaatstelling in functie geschieden. Een lid kan slechts kandidaat zijn voor één van de plaatsen, die in functie moeten worden gekozen.

4. Het bestuur verzamelt alle voorstellen, tezamen met de amendementen en de conceptresoluties, alsmede de stukken, die betrekking hebben op andere punten, die volgens de Statuten en het Huishoudelijk Reglement moeten worden behandeld in de Algemene Ledenvergadering. Tevens worden toegevoegd de kandidatenlijsten voor het bestuur, de Beroepscommissie, de Financiële commissie en de Commissie Eer en Discipline, alsmede de verslagen van de activiteiten van het bestuur, van de fracties in de Staten en die van de bewindslieden. Deze documentatie worden vergezeld van een toelichtende brief.

5. De toelichtende brief en de corresponderende documentatie, tezamen met een voorstel voor de agenda van de Algemene Ledenvergadering, kunnen door de gewone leden vanaf één week voor de Algemene Ledenvergadering, op aanvraag digitaal worden toegestuurd.

6. Het bestuur bepaalt de programma en het bijbehorende tijdschema.

7. Amendementen en resoluties kunnen gedurende de Algemene Ledenvergadering door individuele gewone leden uiterlijk vijf dagen voor de Algemene Ledenvergadering worden ingediend. Voordat deze amendementen en resoluties worden behandeld, moeten die door tenminste vijftig gewone leden worden ondertekend.

8. Het bestuur kan andere personen, die naar zijn oordeel daarvoor in aanmerking komen, uitnodigen als toehoorders aan de Algemene Ledenvergadering ALV deelnemen.

Artikel 28. Wijze van stemmen en besluitvorming

In de vereniging gelden in de vergaderingen van de Partijraad en de Algemene Ledenvergadering de volgende regels, wanneer er beslissingen door middel van stemming genomen moeten worden:

28.1 De Stemmers
– In de vergaderingen van de Partijraad en de Algemene Ledenvergadering heeft ieder gewoon lid één stem.
– Leden wiens handelen aan een oordeel wordt onderworpen, onthouden zich daarbij van stemming.

28.2 Stemmen over zaken
– Over zaken wordt gestemd bij hand opsteken met of zonder gebruikmaking van een stemkaart, tenzij een meerderheid van de aanwezige gewone leden een schriftelijke stemming wenst.
– Indien gestemd wordt over ordevoorstellen en over zaken, is een eenvoudige meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen vereist. Allereerst wordt gestemd over amendementen naargelang de volgorde van de strekking, daarna over het voorstel. Stemming over delen van een amendement of een voorstel is mogelijk.

28.3 Stemmen over personen
– Stemming over personen geschiedt in principe schriftelijk, gebruikmakende van een door de stemcommissie uitgereikt stembiljet.
– Enkelvoudige kandidatuur:
A) Indien voor een plaats of functie slechts één kandidaat beschikbaar is, kan die kandidaat bij acclamatie worden gekozen.
B) Schriftelijke stemming vindt desalniettemin plaats, indien dit door tenminste één gewoon lid in de vergadering van de Partijraad of de ALV wordt gevraagd.
C) Indien een meerderheid zich uitspreekt tegen de benoeming van de kandidaat, volgt een nieuwe kandidaatstellingsprocedure.
– Meer kandidaten voor één plaats:
A) De kandidaat, die de meeste aantal geldig uitgebrachte stemmen heeft behaald, wordt gekozen verklaard.
B) Indien er meerdere kandidaten zijn, die het meeste aantal geldig uitgebrachte stemmen hebben behaald, dan vindt herstemming plaats tussen deze kandidaten, totdat er één het meeste aantal stemmen heeft behaald.
– Meer kandidaten voor meer plaatsen:
A) Indien meer personen dan nodig voor het aantal beschikbare posten een meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen behalen, dan zijn zij, die de meeste stemmen behaald hebben, gekozen.
B) Indien de stemmen bij de eerste stemronde staken, omdat er kandidaten zijn die een gelijk aantal stemmen hebben behaald, vindt er een herstemming plaats tussen deze kandidaten. Zij die de meeste stemmen hebben behaald, worden verklaard te zijn gekozen. Maar indien de stemmen wederom staken, beslist het lot.

28.4 Geldigheid der stemming:
– Bij het stemmen over zaken en/of personen is een eenvoudige meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen (de helft plus één) vereist.
– Blanco stembiljetten alsmede stembiljetten die meer namen van kandidaten bevatten dan er beschikbare plaatsen zijn, tellen niet mee voor het bepalen van de uitslag van de stemming.
– Onthoudingen tellen niet mee voor het bepalen van de uitslag van de stemming.
– Bij het staken van de stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
– Indien onmiddellijk na het bekendmaken van de uitslag van een stemming de juistheid daarvan wordt betwist, vindt er een nieuwe stemming plaats:
A) Als de meerderheid van de aanwezige gewone leden dit verlangt;
B) Ingeval de oorspronkelijke stemming schriftelijk had moeten gebeuren en zulks niet is geschied en een aanwezig gewoon lid dit alsnog verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

28.5 De stemcommissie
– Voordat er een schriftelijke stemming plaatsvindt, wordt een stemcommissie aangewezen, bestaande uit drie gewone leden, die geen deel uitmaken van het bestuur.
– De stemcommissie registreert de uitgebrachte stemmen, beslist over de geldigheid daarvan, constateert de uitslag van de stemming, maakt dit bekend en legt de uitslag vast in een proces-verbaal.

Artikel 29. PUBLICITEIT

– Zo spoedig mogelijk na de Algemene Ledenvergadering stuurt het bestuur een samenvatting van de genomen besluiten aan alle leden van de vereniging en informeert de samenleving over het verloop van de Algemene Ledenvergadering.
– Leden doen geen publieke uitlatingen, voordat het bestuur een samenvatting van de genomen besluiten heeft gecommuniceerd naar de samenleving.

Artikel 30. NEVENINSTELLINGEN

1. De neveninstellingen van de vereniging zijn stichtingen en bijzondere groepen die verwant zijn aan onze vereniging.

2. Deze instellingen regelen hun werkzaamheden al dan niet volgens hun eigen statuten en/of huishoudelijk reglement, die geen bepalingen mogen bevatten die in strijd zijn met de statuten en reglementen van de vereniging en die vooraf de goedkeuring van het A bestuur behoeven.

3. Op voordracht van het bestuur kan de Partijraad zijn goedkeuring geven tot aansluiting van nieuwe neveninstellingen bij de partij.

Artikel 31. PROCEDURE VASTSTELLING KANDIDATENLIJST

1. Het bestuur stelt een commissie in, die belast wordt met het maken van een voordracht inzake de kandidatenlijst voor de komende verkiezing van de Staten. Deze commissie bestaat uit vijf gewone leden van de vereniging. De politiek leider en de voorzitter van het bestuur zijn op grond van hun hoedanigheid lid van de commissie. De andere drie leden mogen geen deel uitmaken van het bestuur en mogen geen kandidaat zijn voor de op handen zijnde verkiezing. De namen van deze drie leden worden bekend gemaakt tijdens de vergadering van de partijraad ter vaststelling van de kandidatenlijst.

2. De Partijraad geeft op voorstel van het bestuur algemene richtlijnen, waarmee de commissie rekening moet houden bij het doen van haar voordracht. Deze richtlijnen zijn van algemene aard en moeten zijn vastgesteld voordat de commissie haar werkzaamheden aanvangt.

3. Slechts de politiek leider en de voorzitter van het bestuur zijn bevoegd personen te polsen over hun kandidaatstelling.

4. De commissie maakt een voordracht voor een kandidatenlijst, bevattende de namen en de volgorde van de kandidaten. De politiek leider is in principe lijsttrekker. De voordracht bevat 27 namen voor de Statenverkiezingen.

5. Gedurende hun werkzaamheden betrachten de commissieleden een geheimhoudingsplicht. De politiek leider en de voorzitter zijn gerechtigd met het bestuur te overleggen.

6. Indien het bestuur vindt dat alle potentiële kandidaten de door de Partijraad vastgestelde loyaliteitsverklaring dienen te ondertekenen, verzoekt het bestuur hen deze te ondertekenen, nog voordat het bestuur de voorlopige lijst opmaakt. In zo’n geval kan een persoon, die niet heeft getekend, niet op de voorlopige lijst geplaatst worden.

7. Het bestuur stelt daarna de voorlopige lijst op aan de hand van de voordracht van de commissie en de getekende loyaliteitsverklaringen. Deze voorlopige lijst bevat 21 namen voor de Statenverkiezingen. Het bestuur is niet bevoegd af te wijken van de voordracht van de commissie, noch nieuwe namen toe te voegen of de voorgestelde volgorde te veranderen. De volgorde kan enkel veranderen doordat één der personen, die op de voordracht voorkwam, heeft afgezien van zijn/haar kandidaatstelling.

8. De politiek leider en de voorzitter van het bestuur stellen hen die kandidaat waren bij de vorige Staten en die nu niet meer op de nieuwe lijst voorkomen, daarvan in kennis, tenzij zij uit eigen wil hebben besloten geen kandidaat te willen zijn.
Dit moet gebeuren voor de vergadering van de partijraad ter vaststelling van de lijst.

9. Tenminste één week voor de inlevering van de kandidatenlijst bij het Hoofdstembureau komt de Partijraad ter vaststelling daarvan bijeen. Het bestuur verstuurt de oproep voor deze vergadering tenminste vijf dagen van tevoren.

10. Het bestuur maakt in die vergadering de namen van de leden van de lijstcommissie en de namen van de kandidaten op de voorlopige lijst bekend.

11. De Partijraad benoemt op voorstel van het bestuur een stemcommissie, alvorens hij de lijst vaststelt.

12. De Partijraad is niet bevoegd namen toe te voegen aan of te schrappen van de voorlopige lijst. Allereerst stemt de partijraad over de voorlopige lijst in zijn totaliteit.
De lijst is aanvaard bij meer dan de helft van het aantal geldig uitgebrachte stemmen.

13. De lijst is afgewezen indien twee derde of meer van de geldig uitgebrachte stemmen ertegen is.

14. A) Is meer dan de helft der stemmen tegen, maar minder dan twee derde deel van de geldig uitgebrachte stemmen, dan wordt er gestemd over de plaatsen twee tot en met vijftien, met dien verstande dat er gestemd wordt in drie blokken over de plaatsen: twee tot en met vijf, zes tot en met tien, elf tot en met vijftien.
B) Over de plaatsen zestien en volgende wordt niet gestemd. De volgorde van deze plaatsen op de voorlopige lijst blijft gehandhaafd.

15. De stemming in blokken geschiedt op de volgende wijze:
A) Er wordt afzonderlijk per blok gestemd. Elk partijraadslid vult op een stembiljet ten hoogste drie of vier namen in. Hij moet daarbij kiezen uit de vier of vijf kandidaten die in dat blok op de voorlopige lijst voorkomen.
B) Het aantal stemmen bepaalt de plaats op de lijst voor dat blok. Bij een gelijk aantal stemmen gaat degene, die hoger op de voorlopige lijst geplaatst is, voor de lager geplaatste.
C) De kandidatenlijst is vastgesteld na de stemming over het derde blok.

16. In het geval dat de Partijraad de voorlopige lijst verwerpt met meer dan twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen, wordt niet meer in de vergadering gestemd over de lijst. Uiterlijk drie dagen voordat de lijst bij het Hoofdstembureau moet worden ingeleverd beslist de Partijraad over een nieuwe door het bestuur ingediende lijst, waarbij rekening is gehouden met het resultaat van de stemmingen tijdens de eerste vergadering. Deze lijst kan in zijn geheel worden aanvaard of verworpen. Een eenvoudige meerderheid stelt deze lijst vast.

Artikel 32. DE FRACTIES

1. Leden van de vereniging, gekozen als lid van de Staten, vormen de fracties van de vereniging.

2. Eén maand voor de ALV sturen de fracties een verslag van hun activiteiten aan het bestuur. Deze verslagen worden door het bestuur gevoegd bij de ALV documenten.

3. De fracties leggen aan Partijraad en ALV verantwoording af over het gevoerde beleid.

4. Fractieleden verplichten zich regelmatige en zoveel het bestuur dit nodig oordeelt contact te onderhouden met het bestuur, met de regio’s, die aan hun zijn toegewezen en met de kiezers.

5. Fractieleden houden zich aan de gedragsregels, die door de ALV zijn vastgesteld.

Artikel 33. MINISTERS

1. Ministers als leden van de vereniging zijn verplicht contact te onderhouden met het bestuur en de fracties van de vereniging.

2. Eén maand voor de ALV sturen de ministers een verslag van hun activiteiten aan het bestuur. Deze verslagen worden door het bestuur gevoegd bij de ALV documenten.

3. Zij houden zich aan de gedragsregels die door de ALV zijn vastgesteld.

Artikel 34. COMMISSIES

1. Het bestuur kan met goedkeuring van de Partijraad commissies instellen met een vaste, dan wel tijdelijke taakstelling van langer dan drie maanden, ter voorbereiding en/of ter ondersteuning en uitvoering van bepaalde onderdelen van het beleid van de vereniging.

2. Op voorstel van het bestuur bepaalt de Partijraad de samenstelling en taken van de commissies.

3. De commissies functioneren onder verantwoordelijkheid van het bestuur, dat geregeld verslag uitbrengt aan de Partijraad over de vorderingen van de werkzaamheden van de commissies.

4. De Partijraad beslist over de opheffing van de in lid 1 van dit artikel omschreven commissies.

Artikel 35. SLOTBEPALING

1. In alle gevallen waarin de Statuten en dit reglement geen voorziening geven, beslist het bestuur na de partijraad te hebben gehoord.

2. Dit reglement treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin het door de ALV is aanvaard. Dit geldt eveneens voor wijzigingen terzake.